Bij de Voorjaarsnota heeft u dit voorjaar een maatregelenpakket vastgesteld, waarmee wij in staat zijn geweest een begroting 2026 op te stellen met een meerjarig sluitend financieel perspectief. Dit pakket was flexibel van aard en opgedeeld in een 3-tal categorieën. Afhankelijk van de uitkomsten van het opstellen van de begroting 2026 kon zodoende op het saldo worden geanticipeerd en kunnen er meer of minder maatregelen worden verwerkt.
De flexibiliteit van het pakket is noodzakelijk omdat er nog steeds diverse onzekerheden boven ons hoofd hangen. Denk daarbij aan de evaluatie van de herijking van het gemeentefonds, structurele compensatie van de tekorten op de jeugdzorg en een structurele oplossing voor het naar achteren geschoven ravijnjaar. Wij moeten echter met het bestaande pakket in staat zijn om te schakelen als dat nu of in de toekomst nodig mag blijken.
Wij willen u nog kort in herinnering brengen hoe we het maatregelpakket hebben opgebouwd. Het pakket bestaat uit de volgende onderdelen:
- Pakket gelabeld als categorie A. Deze categorie heeft u bestempeld als voorstellen die sowieso in de begroting 2026 worden verwerkt.
- Pakket gelabeld als categorie B. Deze categorie betreft voorstellen waarin u zich als raad kunt vinden, maar die alleen worden toegepast al het begrotingssaldo daar om vraagt.
- Pakket gelabeld als categorie C. Deze categorie betreft voorstellen die technisch wellicht mogelijk zijn, maar die zeker niet de voorkeur van uw raad hebben. Deze voorstellen willen we alleen inzetten als het echt niet anders kan.
Hieronder een kort overzicht van de voorstellen die behoren bij de diverse pakketten:
Pakket A:
- Spoor 2A/B: Overschotten afgelopen jaarrekeningen, met stelpost voor grotere kans op overschrijding van budgetten door het scherper aan de wind zeilen;
- Spoor 3: Meerjarig openstaande investeringskredieten;
- Spoor 4: Verbeteren processen/doelmatigheid/efficiency;
- Spoor 9: Areaaluitbreiding Woningbouwopgave;
- Spoor 10.1: Verhoging leges omgevingswet (VTH);
- Spoor 10.3: Verhoging Toeristenbelasting.
Pakket B:
- Spoor 6: Structureel besparen door nu te investeren;
- Spoor 7: Inkoopvoordeel op aanbestedingen door meer centraal en professioneel in te kopen;
- Spoor 8: Effect mogelijke areaaluitbreiding Eemshaven op OZB inkomsten;
- Spoor 10.4: Verhoging leges Evenementen en Alcoholvergunningen;
- Spoor 11: Schrappen van structurele dotatie aan bestemmingsreserve ‘Opgaven’;
- Spoor 14: Versoepeling begrotingsregels.
Pakket C:
- Spoor 3: Inzetten tijdelijke externe financiering ter ontlasting van onze structurele begroting;
- Spoor 12: Taakstelling Jeugdzorg.
Zoals wij met u hebben afgesproken hebben we de maatregelen van pakket A in deze begroting verwerkt. Met dit pakket is het ons gelukt een begroting op te stellen die meerjarig structureel sluitend is.
Dat betekent dus dat het niet noodzakelijk was om voorstellen uit pakket B in deze begroting te verwerken. Pakket B en C houden we daarom achter de hand voor toekomstige ontwikkelingen.
In het vervolg van deze paragraaf lichten we nader toe op welke wijze we pakket A in deze begroting hebben verwerkt en welk effect dit heeft, zodat u de voortgang goed kunt volgen. Immers hebben sommige voorstellen een langere tijd nodig om volledig gerealiseerd te worden, terwijl andere voorstellen nu direct op de begrote posten gemuteerd kunnen worden.
Spoor 2: Overschotten afgelopen jaarrekeningen (2022/2023/2024)
Bij de Voorjaarsnota presenteerden we u een overzicht van budgetten waar de afgelopen jaren bij het opmaken van de rekening meerjarig overschotten zijn gesignaleerd. Deze voorgestelde budgetverlagingen hebben we volledig doorgevoerd in deze begroting. Op één post zijn we afgeweken van het voorstel zoals beschreven in spoor 2. Dit betreft de ramingen voor onze energielasten bij onze gemeentelijke panden.
Wanneer we echter kijken naar de realisatiecijfers over 2025, dan schatten wij in dat de budgetten voor Energie meer kunnen worden verlaagd dan wat we bij de Voorjaarsnota hebben ingeschat. De diverse energiebudgetten hebben we daarom met € 311.000 extra verlaagd. Dat geeft een extra voordelig effect in deze begroting.
Spoor 3: Meerjarig openstaande investeringskredieten
In dit spoor hebben we bij de Voorjaarsnota in kaart gebracht welke investeringskredieten al een aantal jaren niet zijn gebruikt. Een deel van deze kredieten betrof lopende projecten, terwijl er ook voor een aantal kredieten voorstellen voor alternatieve besteding in de pijplijn zaten. Daarmee bleven er voor een omvang van ca. € 2 miljoen aan investeringskredieten over die zonder problemen konden worden afgesloten. Dat is ook op deze wijze in de begroting verwerkt.
Spoor 4: Verbeteren processen/doelmatigheid/efficiency
Een aanzienlijk deel van onze begroting (ongeveer een derde) bestaat uit personeelslasten en dat gaf in de Voorjaarsnota aanleiding om in het kader van het maatregelenpakket te onderzoeken of er besparingen te realiseren zijn op de personeelsuitgaven, door onze processen door te lichten.
Dit proces zal echter een aantal jaren in beslag nemen. Het doorlichten van alle gemeentelijke processen is immers een tijdrovende klus, waarbij ook externe ondersteuning noodzakelijk is. De nu ingeschatte efficiencywinst hebben we conform het voorstel bij de Voorjaarsnota op de stelposten geraamd voor de komende jaren.
Onderdeel van dit spoor was ook de boventalligheid in onze personeelsbegroting, die na de herindeling is ontstaan. Op dit onderdeel zijn we echter wel afgeweken van het voorstel dat in de Voorjaarsnota was opgenomen.
De totale besparing die in de Voorjaarsnota was opgenomen zag er als volgt uit:
Spoor 4: Mogelijke opbrengsten efficiency
bedragen x € 1In lijn met de voorstellen omtrent formatie die wordt gedekt met incidentele middelen, stellen we voor ook de boventalligheid in onze personeelsbegroting incidenteel te ramen en te dekken uit onze Algemene Reserve. Daarmee heeft de boventalligheid geen effect meer op ons structurele begroting saldo. Wij nemen zodoende in begrotingstechnische zin reeds een voorschot op het oplossen van de opgenomen boventalligheid zoals in bovenstaand overzicht is opgenomen. In de samenvatting hebt u reeds kunnen lezen dat dit in 2026 een positief effect heeft op ons begroting saldo. Tegelijkertijd hebben we geconstateerd dat een deel van de boventalligheid die in spoor 4 was opgenomen, reeds in de personeelsraming van de Voorjaarsnota was opgelost. Dat geeft een negatief effect van ruim €380.000 in deze begroting, aangezien de besparing niet twee keer gerealiseerd kan worden.
Spoor 9: Effect Areaaluitbreiding Woningbouwopgave op OZB inkomsten
Voor dit onderzoekspoor hebben we gekeken welke effecten het programma Wonen heeft op de totale WOZ waarde voor woningen in onze gemeente en daarmee de geraamde OZB inkomsten. Achtergrond ligt uiteraard voornamelijk in de landelijke woningbouwopgaven. Deze meeropbrengsten hebben we conform de weergave in de Voorjaarsnota in het meerjarenperspectief van deze begroting verwerkt. Uiteraard zal dit door de uitvoering van het woningbouwprogramma nog wel gerealiseerd moeten worden. Jaarlijks zal daarom worden beoordeeld of bijstelling noodzakelijk is.
De meeropbrengsten in onderstaande tabel zijn daarbij verwerkt:
Financiële effecten areaaluitbreiding woningen
op OZB-inkomstenSpoor 10.1: Verhoging leges VTH
Bij de Voorjaarsnota heeft u besloten om de leges van de omgevingsvergunningen met 25% te verhogen en daarnaast op basis van de realisatie van de afgelopen jaren ook een autonome verhoging van de opbrengstraming van € 200.000 in de begroting op te nemen. In de legesverordening voor 2026 is de verhoging van het tarief met 25% verwerkt.
In totaal is daarmee een verhoging van structureel € 710.000 in deze begroting verwerkt. Met de vaststelling van de legesverordening kunnen we stellen dat dit spoor is gerealiseerd.
Spoor 10.3: Verhoging en gelijkschakelen Toeristenbelasting
U heeft bij de Voorjaarsnota besloten de tarieven voor campinggasten en overige toeristen gelijk te schakelen en te verhogen. De tarieven waren immers sinds de herindeling niet geïndexeerd. Dat betekent een uniform tarief van € 1,75 per overnachting. Wij denken dat we daarmee meer in de pas lopen met de overige Groningse gemeenten.
Voor onze begroting betekent dit een meeropbrengst van € 170.000. Met de vaststelling van de belastingverordeningen kunnen we stellen dat dit spoor is gerealiseerd.
Samenvatting
In de onderstaande tabel ziet u de cijfermatige verwerking van de voorstellen uit de ‘A’ categorie, met daarbij het inzicht in welk deel is gerealiseerd en welk deel de komende jaren verdere actie vraagt.