In de samenvatting hebben we kort stil gestaan bij het begrotingssaldo voor 2026 en de ontwikkeling van het meerjarige begrotingssaldo. De verschillen voor het begrotingsjaar 2026 ten opzichte van de kaderstelling uit de voorjaarsnota zijn daar op hoofdlijnen toegelicht. In dit hoofdstuk gaan wij in aanvulling op dat beeld nader in op de wijze waarop verschillende effecten in deze begroting zijn verwerkt. Daarbij zullen we, om de gepresenteerde begrotingssaldi in perspectief te kunnen plaatsen, ook een overzicht geven van de in deze begroting opgenomen taakstellingen en de verwerkte maatregelen.
Bij de Voorjaarsnota hebben wij u het volgende perspectief geschetst:
| Verloop meerjarig perspectief | 2026 | 2027 | 2028 | 2029 |
|---|---|---|---|---|
|
Perspectief Kadernota (inclusief pakket 'A') |
-835 |
1.120 |
1.687 |
2.655 |
Bedragen x € 1.000
Gezien de ontwikkelingen die zich in de aanloop naar het opstellen van deze begroting hebben voorgedaan, kunnen we concluderen dat we met deze ontwikkelingen in staat zijn in deze begroting een sluitend saldo voor alle jaren uit het meerjarig perspectief te presenteren. Dit uiteraard na verwerking van de maatregelen uit categorie ‘A’ uit het maatregelenpakket.
De ontwikkelingen en mutaties die we ten opzichte van de Kadernota in de begroting hebben verwerkt ziet u nogmaals op hoofdlijnen in onderstaand overzicht. Een korte toelichting hierop hebben we u reeds in de samenvatting gegeven:
Ontwikkelingen in begroting 2026
bedragen x € 1.000Een aantal ontwikkelingen lichten we hieronder nogmaals kort toe.
Algemene Uitkering
Zoals gewoonlijk, hebben wij het effect van de septembercirculaire nog in de begroting meegenomen. De uitkomsten zijn in de begroting verwerkt. Het effect op het begrotingssaldo is voor alle jaren beperkt. Alleen voor 2026 zien we een significante plus van bijna € 2 miljoen. Door dit incidentele effect zien we dat we ook voor het komend jaar 2026 een positief saldo kunnen presenteren.
In de onderstaande tabel ziet u de ontwikkelingen in de algemene uitkering uitgesplitst in 3 grote brokken. Dit zijn de taakmutaties (vnl. CDOKE), het effect op de maatstaven (vnl. huishoudens met lage inkomens) en het overige saldo dat vnl. bestaat uit (macro) volume-effecten in het accres. Het loon/prijseffect en de taakmutaties reserveren we op de stelposten en hebben daardoor geen effect op het begrotingssaldo.
Algemene Uitkering
bedragen x € 1.000CDOKE
De CDOKE-regeling is vanaf 2026 omgezet naar een financiering van gemeenten via het gemeentefonds. Daardoor hoeven de CDOKE middelen niet meer apart aangevraagd te worden en hoeft de inzet op deze middelen ook niet te worden verantwoord. Daarmee krijgen we meer vrijheid in de besteding van de middelen. Helaas is de toevoeging van de middelen aan het gemeentefonds vooralsnog alleen voor 2026 in de septembercirculaire verwerkt. Op dit moment wordt een nieuwe regeling ontwikkeld om de middelen voor de periode 2026-2030 uit te keren, waarbij wordt gestreefd naar langjarige zekerheid voor gemeenten. Het bedrag dat in 2026 is toegevoegd aan het gemeentefonds, is voor onze gemeente ruim € 1,7 miljoen. Wij stellen voor deze middelen na aftrek van de reeds geraamde personele lasten in dit kader te reserveren op de stelposten voor uitvoering CDOKE. Daarmee heeft dit geen effect op het begroting saldo.
Personeelslasten (structureel)
In de Voorjaarsnota 2025 hebben we u voorstellen gedaan over de verwerking van de incidentele en structurele personeelslasten in de begroting. Daarbij hebben we voorgesteld de formatie die wordt gedekt uit incidentele middelen (extern door Specifieke Uitkeringen en intern door onze reserves) ook incidenteel in onze begroting op te nemen. Door dit te doen, kunnen we deze incidentele personeelslasten dekken met de daaraan gekoppelde incidentele dekking. Dat heeft uiteraard een positief effect op ons structureel begrotingssaldo.
Het nadeel van deze werkwijze is dat we minder flexibel worden in de wijze waarop we invulling geven aan deze tijdelijke werkzaamheden. We hebben immers in de begroting bepaald dat we de opgave met eigen bestaande formatie invullen en de dekking daarvoor is ook reeds begrotingsbasis ingezet. Tot op heden belastten we de eigen personeelslasten bij de rekening door naar de projecten en programma’s met incidentele dekking.
Budget Ziekte vervanging
Voorgaande werkwijze betekent wel dat we op begrotingsbasis scherper aan de wind zeilen en het lastiger is om overschrijdingen op ons ziektevervangingsbudget op te vangen. Dit ziektevervangingsbudget bedraagt nu € 1 miljoen structureel. Dit is op een totale personeelsbegroting van ruim € 50 miljoen slechts 2%. In de wetenschap dat dit budget sinds de herindeling niet is aangepast, de personeelsbegroting flink is gegroeid en er tevens geen inflatiecorrectie op is toegepast, stellen we voor om dit budget in deze begroting te verhogen met € 800.000. Dit effect kan voor de helft worden gedekt uit de stelposten voor loon- en prijsontwikkeling. Per saldo geeft dit dus een negatief effect op deze begroting van € 400.000.
Volumeontwikkeling Jeugdzorg
Naast een fors prijseffect, zien we ook een significante volumeontwikkeling in de kosten van de Jeugdzorg terug. Het prijseffect hebben we gedekt uit onze stelpost voor Loon/prijsontwikkeling. Deze ziet u derhalve niet terug in bovenstaande verschillenverklaring. Het volume-effect druk echter wel op ons begrotingssaldo en bedraagt € 970.000 structureel.