In de openbare ruimte van Het Hogeland moeten we veilig kunnen rijden, parkeren, fietsen, recreëren en verblijven. Hiervoor beheren we een omvangrijk areaal van wegen, riolering, openbaar groen, speelvoorzieningen, civiele constructies zoals bruggen, steigers en beschoeiingen, openbare verlichting en gemeentelijk vastgoed. Deze voorzieningen vallen onder de categorie "kapitaalgoederen". De gemeente is meestal zowel eigenaar als onderhoudsplichtige en heeft hierbij een wettelijke zorgplicht. Hoe en op welke manier we deze eigendommen beheren en onderhouden, is vastgelegd in beleids- en beheerplannen.
Voor goed beheer is het cruciaal dat er voldoende middelen zijn: geld, personeel, kennis én samenwerking. We baseren het beheer en onderhoud op vier pijlers, in volgorde van prioriteit:
- Veiligheid
- Functionaliteit
- Duurzaamheid
- Sfeervolheid (netheid)
Gesprekken met inwoners, ondernemers, specialisten en uitvoerders laten zien dat er grote maatschappelijke verwachtingen zijn, terwijl de uitvoeringskracht onder druk staat:
- Inwoners geven aan dat het onderhoudsniveau soms te laag is, dat er veel meldingen zijn, en dat zij behoefte hebben aan ondersteuning bij initiatieven.
- Economisch zien we een markt met prijsstijgingen, een tekort aan gekwalificeerd personeel, een vergrijzend team en beperkte inschrijvingen bij aanbestedingen.
- Duurzaamheidsdoelen vragen om afgewogen keuzes in circulair materiaalgebruik, klimaatadaptatie en energiebesparing, en het benutten van maatschappelijke meerwaarde
De ambities en programma’s voor het openbare gebied worden steeds meer afgestemd op de Omgevingsvisie en vastgestelde omgevingsprogramma's. Deze integrale benadering stelt hogere eisen aan onze organisatie, zowel inhoudelijk als qua capaciteit. Tegelijk zien we dat functies lastig structureel en snel in te vullen zijn en dat we op veel vakgebieden te maken hebben met vacatures en het ontbreken van specialistische competenties. Daardoor kunnen niet alle werkzaamheden of verzoeken volledig en tijdig worden opgepakt, vooral waar het gaat om het verbeteren van de kwaliteit van de leefomgeving.
Daarnaast vragen inspecties en praktijkervaring om een meer weg-/gebiedsgerichte en toekomstvaste aanpak. Veel Civiele Constructies en Wegen dateren van vóór en direct na de Tweede Wereldoorlog en zijn nu aan vervanging toe. Jarenlange budgettaire beperkingen hebben geleid tot uitgesteld onderhoud, met zichtbare gevolgen in het veld. Door klimaatverandering (drogere en natte perioden) nemen zwel en krimp van kleilagen toe en worden de oudere constructies nog meer belast. Constructieonderdelen zijn vaak ongelijkmatig verouderd: het dek verkeert bijvoorbeeld nog in goede staat terwijl de brugliggers in slechte staat zijn. Hierdoor ontstaat er een complex technisch en financieel beheerbeeld. Om deze ontwikkelingen te keren, sturen we aan op:
- Het inhalen van achterstallig onderhoud in samenhang (bij voorkeur in één keer geheel vervangen van de constructie), met waar mogelijk circulair hergebruik van nog bruikbare onderdelen;
- Structureel groenonderhoud rondom civiele constructies en openbare verlichting, om technische schade door overgroeien en/of vochtophoping te beperken en recreatief gebruik te bevorderen. We nemen hiervoor een gerichte post op bij civiele constructies en openbare verlichting;
- Wegvakgericht onderhoud in plaats van een lappendeken-aanpak met kleinere herstelvakjes. Dit vergroot de effectiviteit en kwaliteit van de verhardingsmaatregelen (waar mogelijk ondersteund door de nieuwste technieken zoals AI);
- Aanpak bermschade in het buitengebied, veroorzaakt door breed en zwaar verkeer op smalle wegen. Maatregelen zijn nodig zoals bijv. beperking van de gebruiksbreedte, het versterken van de wegconstructie, het aanleggen van landwegen voor het agrarisch verkeer of het accepteren van hogere onderhoudslasten met bijbehorend budget
We verwachten ook in 2026 keuzes te moeten maken in planning en uitvoering. Dit vraagt om creativiteit, samenwerking, realistische verwachtingen én een goede communicatie met onze inwoners. We blijven investeren in jong talent, teamontwikkeling en het versterken van regionale samenwerking. De basis hiervoor zijn de beheerplannen en het Integrale Meerjaren Uitvoeringsprogramma (IMUP 2026–2029), dat richting geeft aan de uitvoering. Ook wordt dit afgestemd op onder andere versterkingsprojecten, woningbouwplannen en de voorbereiding van het - nog volgens de huidige planning - in 2026 vast te stellen Omgevingsprogramma Openbaar Gebied 2027–2031, waarin keuzes kunnen worden gemaakt en de noodzakelijk middelen worden aangegeven.