Ga naar de inhoud van deze pagina.
Begroting 2026 Definitief

Risico's per programma

Risico’s ten aanzien van het Ruimtelijk Domein

Op personeel vlak is en blijft het vinden van voldoende gekwalificeerd personeel een uitdaging. Dit heeft betrekking op de volle breedte van het ruimtelijke domein.

Op inhoudelijk vlak zijn er specifieke uitdagingen per onderwerp, maar ook een aantal grotere en overstijgende zaken te benoemen. Hierbij noemen we specifiek de verdere uitwerking van de omgevingswet maar ook de uitdagingen rondom complexe thema’s als stikstof, landbouw en de energietransitie. Hieronder zullen we per onderdeel/team een aantal van de belangrijkste risico’s en maatregelen doorlopen.

VTH - Omgevingsdienst Groningen (ODG)

Grootste risico bij ODG is toch wel de implementatie van Rx Mission (vervanger van Omnimap). De implementatie van het eerdere VTH-systeem is in februari 2025 stopgezet. Er is inmiddels een nieuw, bewezen VTH-systeem gekozen (Rx Mission), waarvan de uitvoering is gepland voor 2025–2026. De deelnemende gemeenten is gevraagd om mee te denken over de inrichting van dit systeem waardoor de kans van slagen van de invoering sterk wordt vergroot.

De financiële gevolgen worden verwerkt in de begrotingen van 2025 en 2026. Ook wordt de informatievisie uit 2024 in 2025 verder uitgewerkt en aan het bestuur voorgelegd.

Duurzaamheid

Het risico is dat we onvoldoende maatregelen nemen die ons, op lange termijn, een gezonde en welvarende leefomgeving garanderen. Dit zal ten koste gaan van de brede welvaart van volgende generaties. Vanuit het Rijk hebben we financiële middelen ontvangen om extra personele inzet in te zetten om de klimaatambities te verwezenlijken. Risico hiervan is dat we ons te veel enkel op de besteding van deze middelen richten, zonder het uiteindelijke doel te bereiken. De CDOKE gelden richten zich namelijk op de reductie van CO2 en de eveneens noodzakelijke grondstoffentransitie lijkt hierbij wat onderbelicht. Inmiddels komen hierover rapporten uit waarin dit onder de aandacht gebracht wordt.

Energie

Voor de uitvoering energietransitie zijn we afhankelijk van andere partijen. Daarnaast zorgen ontwikkelingen op wereldschaal, maar ook snel veranderende regelgeving, voor onzekerheid. Het draagvlak in de samenleving is kwetsbaar. Onze invloed op besluiten van andere overheden en bedrijven is beperkt. De ontwikkeling van een toekomstbestendig energienet is duur en kost veel tijd. Hiervoor zoeken we nieuwe oplossingen, waarvan de uitkomst niet altijd duidelijk is of haalbaar zal blijken. We zijn voor een aanzienlijk deel van de opgave afhankelijk van incidentele middelen.

Afval

In 2024 en ook in het huidige jaar zien we geen verdere afname van de kilo’s restafval. Dit brengt de doelstelling van het verminderen van het restafval verder uit beeld. Dit is een inhoudelijk risico die door de Diftar paradox financieel gezien leidt tot een overschot op de begroting. Doordat dit een gesloten systeem is wordt het overschot aan de voorziening afval toegevoegd.

In 2026 zullen we een aanzienlijk deel van deze voorziening inzetten ter bekostiging van de afvalinzameling. Dat betekent dat de tarieven voor 2026 niet of slechts in geringe mate zullen stijgen. Het overschot aan ontvangen middelen dient namelijk terug te vloeien naar de inwoner. De exacte tarieven zijn nog afhankelijk van de inflatie op de kosten van de afvalinzameling, maar zeker is dat er met een niet kostendekkende begroting gewerkt zal worden die door de inzet van de voorziening aangevuld wordt. Dit brengt uiteraard financieel gezien wel een risico met zich mee als het aantal ingezamelde kilo’s plotseling toch fors daalt. Dan is het tekort namelijk groter dan voorzien. Dit is echter inherent aan de Diftar methodiek en de deels variabele opbrengstenstructuur van het betalen per kilo en lediging.

RO Beleid

Ten aanzien van het ruimtelijke beleid is en blijft de verdere implementatie van de vertaling van de omgevingswet in de omgevingsvisie een uitdaging. Raad en college meenemen in de gevolgen van de veranderingen zijn daarbij tevens een uitdaging. Er ligt een groter mandaat bij initiatiefnemers, waarbij de raad stuurt slechts op hoofdlijn. Ten aanzien van de veranderde rol van Raad en College worden ook in 2026 themabijeenkomsten georganiseerd.

Ook inzake de bedrijfsvoering brengt de omgevingswet verschillende risico’s met zich mee. De uitvoeringscapaciteit om de omgevingsplannen om te zetten in concrete onderdelen zoals onder meer de kleine woondorpen is beperkt. Er zit veel tijd in de verdere ontwikkeling en implementatie van de omgevingswet. Het Rijk heeft hiervoor in de meicirculaire wel extra middelen ter beschikking gesteld, maar dat zijn slechts tijdelijke middelen. Hierin zit een risico omdat de opgave naar verwachting langer duurt dan de duur van de middelen. Daarnaast worstelen we (net als iedere gemeente) met het probleem dat er nog weinig specifieke kennis op de arbeidsmarkt beschikbaar is. Middelen ter beschikking stellen en hebben is één, maar deze op een goede manier weg weten te zetten is een minstens zo uitdagende zaak.

Op basis van een capaciteitsbehoefte inschatting in de jaarplannen hebben we een prioritering van activiteiten gemaakt, waarbij tevens inzichtelijk wordt welke activiteiten niet uitgevoerd kunnen worden. Waar mogelijk wordt ingezet op het combineren van taken om doelstellingen te bereiken. De personele capaciteit en het ambitieniveau moeten met elkaar in evenwicht worden gebracht. Daarnaast het opstellen van een risicoparagraaf ten aanzien van de kwaliteit van het areaal met de financiële gevolgen en hierop volgend het benodigde budget voor het gekozen kwaliteitsniveau.

Grondzaken

De hoeveelheid uitgeefbare kavels droogt op. Dit is een risico wat we al enige jaren aan zien komen en waar ook op geanticipeerd is. Zo zijn er nieuwe plannen in ontwikkeling, zoals de Folkerda locatie Bedum (121 woningen) en voormalig Heiploegterrein in Zoutkamp (maximaal 41 woningen). Daarnaast zijn er nog behoorlijk wat woningbouw ontwikkelingen in de gemeente die door projectontwikkelaars worden opgepakt, zoals Knarrenhof Winsum of langs het Boterdiep te Bedum. Vanwege de grote behoefte aan woonruimte willen we waar mogelijk de ontwikkelingen versnellen.

Het risico van kavels die we niet weten te verkopen is door de bouwkostenstijgingen van de afgelopen jaren licht toegenomen. Gezien de voortgang van de kavelverkopen maken we ons hier nog niet veel zorgen over.

Vastgoed

Ten aanzien van het gemeentelijk vastgoed zijn er een viertal speerpunten.

- Nieuwbouw gemeentehuis en ontwikkelplein

- Verduurzaming vastgoed

- Afstoten vastgoed

- Herziening huurcontracten/harmonisatie

Ten aanzien van het afstoten van vastgoed zal bezien moeten worden of dit met de bestaande capaciteit uitgevoerd kan worden of dat hiervoor een opdracht weg moet worden gezet. Dat zal dan ook een financieel gevolg hebben. Vooralsnog is het uitgangspunt dit binnen de bestaande capaciteit uit te voeren. Een inhoudelijke uitdaging hierbij is de door de organisatie gevoelde nut en noodzaak ten aanzien van het afstoten van vastgoed. (Te) vaak worden er toch redenen gezocht om vastgoed niet of voorlopig niet af te stoten. Hierin is een risico gelegen ten aanzien van de taakstelling omtrent het afstoten. Ook de harmonisatie van huurcontracten brengt een risico met zich mee. Eventuele hogere lasten bij partijen die dit niet kunnen dragen zal naar verwachting leiden tot een extra beroep op het verlenen van subsidies.

Omgevingswet

De uitvoering van de Omgevingswet vraagt ook na de invoering nog veel personele inzet. Het is moeilijk in te schatten hoe de legesinkomsten zich zullen ontwikkelen. De legesverordening is aangepast op de nieuwe systematiek van vergunningverlening en de tarieven zijn wat verhoogd teneinde de kostendekkendheid ervan te vergroten. Gedurende het jaar monitoren we de situatie. Voor 2026 hebben we de raming verhoogd in lijn met het voorgaande.

Ruimtelijke ontwikkelingen

Er ontstaat druk op de beschikbare ruimte. Niet alles is tezamen of in combinatie mogelijk. Planontwikkeling en regie houden in de Oostpolder is een uitdaging, hiervoor is inmiddels het programma Eemshaven+ van start gegaan. Doel is om op een integrale wijze de groei van de Eemshaven/Oostpolder te faciliteren en hierbij gebieds-/dorpsgericht te werk te gaan.

Programma Eemshaven

De uitvoering van het Programma Eemshaven brengt enkele belangrijke risico’s met zich mee, waaronder afhankelijkheid van externe financiering, mogelijke kostenoverschrijdingen en beperkte uitvoeringscapaciteit. Ook onzekerheden rond de energietransitie en het managen van verwachtingen vragen aandacht.

Deze risico’s worden beheerst door actieve lobby en samenwerking met partners, strakke projectsturing, opbouw/ inzet van weerstandsvermogen en flexibele fasering. Daarnaast wordt ingezet op participatie, transparante communicatie en externe ondersteuning waar nodig. Zo blijft het programma uitvoerbaar en financieel beheersbaar.

Risico’s bedrijfsvoering

De eigen personele capaciteit, maar ook een (te) geringe capaciteit in de markt (ingenieursbureaus) op veel beleidsterreinen is een probleem. Het is erg moeilijk om alles wat wordt gevraagd te leveren. Daarbij zien we ook dat het moeilijk is om goed gekwalificeerd personeel te vinden.

Beheersmaatregelen

Op basis van een capaciteitsbehoefte inschatting in de jaarplannen hebben we een prioritering van activiteiten gemaakt, waarbij tevens inzichtelijk wordt welke activiteiten niet uitgevoerd kunnen worden. Dit houdt in dat er taken blijven liggen. Waar mogelijk wordt ingezet op het combineren van taken om doelstellingen te bereiken. De personele capaciteit en het ambitieniveau moeten met elkaar in evenwicht worden gebracht. Daarnaast het opstellen van een risicoparagraaf ten aanzien van de kwaliteit van het areaal met de financiële gevolgen en hierop volgend het benodigde budget voor het gekozen kwaliteitsniveau.